Hierboven heb ik gewerkt met kaarsvet van het waxinelichtje. Eerst heb ik zo'n 15 waxinelichtjes in een pan gedaan en het vuur aangezet. Toen ze allemaal waren gesmolten heb ik ze in een gietvorm gegoten en weer laten stollen. Toen het kaarsvet hard was kon ik met de nodige moeite de vorm eruit halen en laten staan.
Later zei de leraar (Rene Pijnenburg) dat ik al te ver was in het onderzoek, je moest eerst puur naar het object zelf kijken en zien wat je er mee kan doen. Maar hij vond het toch wel goed onderzocht. Bij de wasknijper en het rietje was het onderzoek wel goed, omdat je daar ook wat minder kanten mee opkan dan bij kaarsvet.
Na deze drie objecten op zichzelf te hebben onderzocht, moesten we kijken wat de mogelijkheden waren om er mee te bouwen en te verbinden. De opties voor de wasknijper waren vrij beperkt zonder touw of lijm te gebruiken. De rietjes konden op meer manieren worden verbonden, maar er waren al twee groepen die deze rietjes gebruikten dus besloot ik wat anders te doen.
Na deze fase van het onderzoek moesten we allebei drie constructies kiezen die we het beste vonden. Ik had de rietjes constructie, de bakjes van de waxinelichtjes (zie boven) en het kaarsvet. Van deze zes moesten we de beste drie kiezen.
Na kort overleg kozen we er uiteindelijk voor om iets met het kaarsvet te gaan doen. We vonden de mogelijkheden hiermee het grootst en vonden het origineel. Omdat we nog geen idee hadden wat we er precies van wilden maken hebben we nog heel wat testjes gedaan om te onderzoeken wat de mogelijkheden precies waren en om wat praktische informatie te krijgen.
Uiteindelijk kwamen we op het idee om de waxinelichtjes op te hangen aan de muur en het kaarsvet naar beneden te laten druppelen, zodat het op de grond weer een nieuwe vorm aanneemt en het "kunstwerk" zichzelf maakt. Alles mooi en wel natuurlijk, maar hoe maak je zoiets? We hebben onderzocht of je misschien met een studiolamp genoeg hitte krijgt om het kaarsvet te laten smelten (zie boven), maar dat duurde ruim een half uur voordat het een beetje begon te smelten. Zodoende besloten we om de waxinelichtjes maar te laten branden en zo te laten smelten. Het plan werd ook steeds duidelijker: We zouden de waxinelichtjes aan een standaard van ijzerdraad aan de muur bevestigen. Zo konden we zorgen voor verschillende diepten van de muur. We besloten om gekleurde waxinelichtjes te gebruiken en de muur zwart te schilderen en wit papier te gebruiken, zo kwamen de kleuren nog beter tot hun recht.
De presentatie zelf ging goed, al moesten we eerst nog alle kaarsjes aansteken. Het kaarsvet druppelde mooi op het papier en er ontstond een mooie tekening van kaarsvet. De leraar was vrij positief, al had hij liever gezien dat we het op een andere plek hadden gepresenteerd, aangezien het geheel met gedempt licht en in een wat kleinere, donkere ruimte beter tot zijn recht was gekomen. Daar had hij gelijk in, maar we hadden geprobeert een kamer te reserveren, alleen was die al een maand gereserveerd (tot eind oktober). Hij gaf ons uiteindelijk een 7, waar ik wel mee kon leven, maar er had misschien wel wat meer in gezeten.
Conclusie:
Ik vond dit het leukste vak om te doen, ook omdat het helemaal nieuw voor me was. Het werken en experimenteren met verschillende materialen is zeker voor herhaling vatbaar. Waar de leraar erg op hamerde was het archiveren van wat je gemaakt had en het netjes bijhouden, een goede les. Het samenwerken ging ook prima, we hebben veel onderzocht en hadden het vrij ruim van te voren af. Met het eindresultaat ben ik aardig tevreden, al had het er misschien wat estetischer kunnen uitzien.
Cijfer:
7