dinsdag 15 januari 2008

Serieel Beeld periode 2

We kregen allemaal twee ansichtkaarten, die we bij toeval kregen uitgedeeld. Bij deze kaarten moesten we een verhaallijn voor drie filmpjes van 1 minuut verzinnen. In de eerste les was het de bedoeling dat we afbeeldingen, voorwerpen, notities en dergelijke verzamelden die bij de kaarten zouden kunnen horen. Ik heb wat associaties bij de kaarten verzonnen en afbeeldingen die daarbij horen gezocht.



Vooral bij de ansichtkaart met de honkballer kreeg ik voldoende associaties, leegte, inperfectie en illusie. Met die laatste ben ik bezig gegaan, op de kaart lijken de donkergroene banen zelf ook net schaduwen, het lijkt net of er rechts een paar enorme palen staan die de schaduw veroorzaken. Dit is natuurlijk niet het geval, maar die illusie wordt wel gewekt. Met dit gegeven ben ik mijn eerste filmpje gaan maken, waar alleen schaduwen zijn te zien die onmogelijke en onlogische dingen doen.




De tweede kaart was een 'Transitvisum' uit de DDR. Hier had ik bij, een reis naar het onbekende. Je gaat ergens heen, maar je hebt geen idee waar, of hoe het eruit ziet. Uiteindelijk kwam ik er achter dat dit thema ook pastte bij mijn schaduw-filmpje.



Conclusie:
De lerares (Mirjam Burer) vond dat ik een goed onderwerp had gekozen uit de twee kaarten, maar de filmpjes waren wat te letterlijk en beeldend onvoldoende. Uit alle drie filmpjes was wel wat goeds te halen, maar overall gezien kon het beter.
Bij twee filmpjes kon ik me daar wel wat bij voorstellen, al vond ik dat ze alledrie wel mijn onderwerp goed naar voren brachten.
Wel vond ze dat ik goed werk en voldoende studie verricht.
Het leukste/moeilijkste/interessanste was het stop-motion filmpje, waar ik zo'n 370 foto's voor nodig had, en wat ongeveer 4 uur duurde. Het was de eerste keer dat ik zo'n filmpje had gemaakt, en zeker voor herhaling vatbaar. Ook met de programma's waar ik de filmpjes mee heb bewerkt had ik nog niet eerder gebruikt. Allemaal nuttig voor later dus. Het hele proces kwam bij dit vak wat moeilijk tot stand, omdat ik niet echt uit de voeten kon met de twee kaarten die we kregen. Uiteindelijk was ik blij dat ik nog een goed onderwerp had gevonden.

Cijfer:
6

2D-Beeldonderzoek periode 2

Het was de bedoeling dat we de ochtend, middag, avond en nacht weergaven zoals we hem zelf ervaarden. We begonnen met een locatie kiezen (mocht zowel binnen als buiten zijn), waarvan je foto's moest maken tijdens deze vier dagdelen. Ik had gekozen voor het Sportpark in Hilversum, een niet al te groot park met een vijver in het midden met ganzen en eenden en wat heuvels op de achtergrond. Ik heb vooral gelet op de schittering in het water en de lichten van de lantaarnpalen in het donker. Dit vond ik de meest karakteristieke eigenschappen van het park.




Hierna gingen we verder met kleurproeven maken, dit mocht met allerlei materialen, krijt, potlood, aquarelverf, olieverf, markers enz. Het was de bedoeling om de primaire kleuren te vergeten, en op zoek te gaan naar de mengkleuren. We moesten tinten 'bijelkaar houden' en per kleur de mogelijkheden onderzoeken. Ik heb vooral gewerkt met aquarelverf, omdat ik vond dat hier de meeste mogelijkheden lagen om kleuronderzoek te doen. Ik begon met wat te velle, primaire kleuren, maar gaandeweg begon ik meer met tinten te werken.



Ik wou iets doen met de geluiden die je op de verschillende tijden in het park hoort. s' Ochtends hoor je alleen de ganzen en een paar voorbij rijdende scholieren, de sfeer is een beetje sereen en niets valt echt op. Daarbij zat ik meestal als een zombie op mijn fiets naar school om een uurtje of 8, dus alles ging een beetje langs je heen. s' Middags is het wat drukker, meer auto's, meer scholieren in het park, en een hoop getoeter en lawaai. Het is chaotisch en druk. s' Avonds laten de meeste mensen hun honden uit, en aangezien ik niet dol ben op honden, hoort hierbij angst en een ongemakkelijk gevoel. s' Nachts tenslotte is het vrijwel stil, alleen soms het geluid van de nachttrein, die vlakbij rijdt. Het is als een kleine onregelmatigheid die de stilte doorbreekt. Ik ben hierop door gegaan, en heb met verschillende kleuren de juiste sfeer bij het dagdeel proberen te vinden.





Conclusie:
Onze lerares (Judith Ten Bosch) vond dat ik wat meer moest uitproberen qua vorm, materiaal, en compositie. Ik gebruikte teveel een horizontale lijn. Het geheel was wat te eentonig. Daarentegen had ik wel veel onderzoek gedaan en had ik een goed verhaal bij de uiteindelijke vier schilderijen. Ook was ik heel beeldend bezig geweest, het had wel iets abstracter gekund. Ik was het hier in grote lijnen wel mee eens, ik had veel gemaakt, maar had ook met wat andere materialen kunnen experimenteren. Al met al ben ik wel redelijk tevreden met de eindresultaten, ze geven in mijn beleving het gevoel wat ik bij die vier dagdelen had goed weer.





Cijfer:
6+

maandag 14 januari 2008

Beeld & Concept periode 2

We begonnen deze periode met het beluisteren van 10 geluidsfragmenten. Het heeft als doel de verbeelding in gang te zetten door middel van deze fragmenten. Je mocht dit doen door tekeningen te maken, aantekeningen en notities.
Uiteindelijk heb ik drie geluidsfragmenten uitgekozen waar ik tien afbeeldingen bijgezocht heb.



De afbeeldingen stonden voor irritatie, geborgenheid, angst en nog andere emoties en gevoelens die ik bij de drie fragmenten had. Ik heb die gevoelens ook in kleur gezocht. Hierna moesten we die gevoelens in een paar korte teksten vangen. Ik heb gekozen voor één kort verhaal, en twee dialogen. Ze gaan over het elkaar niet begrijpen en het niet weten waar je bent of waar je naar toe gaat.



Naar aanleiding van de teksten gingen we foto's en filmpjes maken over je onderwerp/thema. Door mijn teksten kwam ik op oriëntatie, in mijn eerste verhaal zijn namelijk twee vrienden verdwaald in een moeras en hebben geen idee waar ze zijn en welke kant ze oplopen. Toen ben ik foto's gaan maken in Den Bosch van dingen die nog net wel of net niet herkenbaar zijn. Zodoende weet je niet waar je naar zit te kijken en vanuit welke hoek of standpunt. Je oriëntatievermogen wordt getest.





Uiteindelijk heb ik om het wat persoonlijker te maken mijn eigen oriëntatievermogen getest. Ik ben vanuit mijn huis 10 kilometer naar het zuiden gereden per fiets, en moest op mijn eigen oriëntatiegevoel de weg terug vinden. Ik was nog nooit op die plek geweest. Onderweg maakte ik foto's van de dingen waar ik op lette om de weg terug te vinden. Die fotoreeks was uiteindelijk mijn eindproduct.




Conclusie:
Ik had een goede start van deze opdracht, het aantekeningen en afbeeldingen zoeken ging me goed af. daarna zocht ik een beetje naar een thema waar ik me in kon vinden omdat ik twee goede opties had. Judith Driesen vond het eindproduct wat te braaf en had wat spannender gekund. Ik had het onderzoek (dingen zo fotograferen dat ze net wel of net niet te herkennen zijn) meer moeten mengen met het uiteindelijke resultaat. Het onderzoek vond ze wel goed, en er had wat meer ingezeten.
Ik was het hier wel mee eens.



Cijfer:
6

zondag 13 januari 2008

3D Beeldonderzoek periode 2

We kregen in deze periode les van Herman Lamers. In de eerste les moesten we in de bibliotheek 20 voorbeelden zoeken van beelden die je mooi vind, en twintig 'lelijke' beelden. Het enige wat telde was je persoonlijke smaak. Aan het einde van de les werden je keuzes besproken en kon je het toelichten.





Hierna gingen we verder met het maken van collages. Tijdens het bespreken van je keuzes werd er een thema of begrip duidelijk wat je mooi vind en waar je beeld wat je uiteindelijk moet maken over gaat. Mijn begrip was illusie, omdat veel beelden die ik mooi vond er vanuit elk standpunt anders uitzagen en het niet was wat het leek.
We moesten dit begrip in 2D collages tot uiting brengen, we mochten van alles qua materiaal gebruiken, krantenpapier, karton, hout, ijzer, piepschuim enz. zolang het maar een 2D collage bleef. Het mochten ook geen plaatjes worden, maar alleen abstracte vormen. Ik heb in het begin zelf veel gewerkt met (gekleurd) papier en karton, en wist eigenlijk ook niet precies wat ik deed omdat dit nieuw voor me was, in mijn beleving was een collage een verzameling afbeeldingen die zo leuk mogelijk bijelkaar waren gezet. Ik deed het vooral op gevoel. Na een paar lessen kwam ik er samen met Herman achter dat mijn thema/begrip niet illusie was, maar irritatie. Bijvoorbeeld irritatie door proberen iets recht te knippen, maar te zien is dat het zonder liniaal is gebeurd, of irritatie door iets stuk te maken en het zo te repareren dat het alleen maar erger wordt. Ik had het eerst niet door, maar toen hij het zei zag ik het zelf ook. Daarna ben ik begonnen om doelbewust irritatie in mijn collages te krijgen.
Ik merkte dat ik steeds meer wist wat ik aan het doen was, en ook meer begreep waarom. Waarom ik die twee hoeken van het papier net naast elkaar leg, en waarom die cirkels niet op elkaar passen.




Uiteindelijk kwam ik uit op irritatie door nodeloze verbindingen. We waren inmiddels al aan het werk met 3D collages, dus
beelden maken. Ik heb er uiteindelijk zo'n tien gemaakt, waarvan er drie wel geschikt waren om een groot beeld van te maken. De laatste les voor de kerstvakantie moesten we een laatste proefbeeld maken. Dit zou uiteindelijk ook mijn eindbeeld zijn, alleen kleiner. Het is een staande paal, gemaakt van hout, karton en piepschuim die door tape bijelkaar gehouden wordt. Aan de top hangen er twee slappe koorden tape aan twee kanten van de muur. Deze koorden verbinden de paal met de muur, maar hebben totaal geen functie omdat ze slap hangen.



Conclusie:
Herman is heel wat met me bezig geweest, net als met iedereen eigenlijk. Dit heeft me zeker geholpen in dit proces, ook met het vaststellen van mijn thema. Ik had wat meer kunnen proberen qua materiaal, en de 3D collages wat groter kunnen maken. Ook had ik er wat meer moeten maken, maar ik was wel tevreden over mijn eindproduct.
De presentatie duurde niet zo lang omdat Herman het meeste al gezien had. Hij vond mijn eindproduct fantastisch, maar wat ik gemaakt had was wat weinig, en de manier van presenteren kon wat spanender. Wel had ik veel vooruitgang geboekt in durf en denken, en daar was hij wel tevreden over. Zelf vond ik dit een leuk vak omdat het wat meer doen dan denken is, dan de andere vakken. En ik merkte dat het steeds beter ging.



Cijfer:
7